Noord-Peru is jarenlang overgeslagen door westerse bezoekers, werd vaak over het hoofd gezien door het meer ontwikkelde zuiden en de aantrekkingskracht van Machu Picchu. Maar tijden veranderen en het onbekende noorden van Peru begint steeds meer een van Zuid-Amerika’s beter bezochte bestemmingen te worden.

Sommige specialisten van Audley’s Peru zijn onlangs afgereisd naar de regio en ze hebben er geprobeerd om – in willekeurige volgorde – de plekken en ervaringen te beschrijven die hen het meest aanspraken. Hierbij moet je denken aan de nauwelijks opgegraven en afgelegen ruïnes, een schilderachtige, koloniale stad zoals Cuzco (zonder de drukte die erbij hoort) en ongerepte, ruwe landschappen waar veel verschillende vogels leven. Lees de bezienswaardigheden van Peru hieronder.

1. Het tempelcomplex van El Brujo

Ongeveer een uur bij Trujillo vandaan verlaat je de Pan-Amerikaanse snelweg en neemt een kleinere weg tussen de suikerrietvelden en aspergeplantages door. Dan verandert het groen plotseling naar woestijn, en de Tempel Cao – een pyramidecomplex gebouwd door de Moche-cultuur – komt in zicht, omringd door de grijze, uitgestrekte Grote Oceaan. Het is een onwaarschijnlijk gelegen archeologische plek, zomaar vanuit het niets, en de dingen die hier ontdekt zijn, zijn net zo verontrustend en intrigerend als de naam (‘de tovenaar’).

De Moche-traditie was om op en rondom de tempel van de vorige generatie te bouwen, dus nu zie je de hoofdstructuur als een reeks pyramides. De gebeeldhouwde friezen die je op elke laag kunt zien, nu vervaagd, zijn nog steeds behoorlijk gedetailleerd: bij de een is een groep gevangenen aan een ketting afgebeeld, en bij de ander zie je het duivelse gezicht van ‘Ai Apaec’ (God van Moche) en zijn felle uiterlijk met tanden, omringd door spinnen.

El Brujo

Wanneer je dieper het complex induikt zal je verschillende tombes zien die bezaaid zijn met stukken gedroogd hout van de johannesbroodboom, totdat je bij de bekendste bewoonster aankomt: een sjamanistische, vrouwelijke priester met de bijnaam ‘de Vrouw van Cao’. Ze is hier begraven en gevonden in een van de bovenste lagen van de tempel met naast haar de overblijfselen van een gewurgde 15-jarige vrouw, en de muren rondom naar rustplaats hebben de meest ingewikkelde kunstwerken: modern uitziende, geometrische ontwerpen van pelikanen en vissen, ooit geschilderd in felle basiskleuren.

Net buiten het complex ligt het gemummificeerde lichaam van de Vrouw in een museum die er zo zwaar versterkt uitziet dat het op een kluis van een bank lijkt. Het lichaam is zo goed bewaard gebleven dat je de dierentattoo’s op haar ledematen nog steeds kunt zien.

2. Cajamarca

Cajamarca voelt een beetje aan als Cuzco. Het is een goed bewaard gebleven koloniaal dorp die je onderaan een hooggebergte in een afgeschermde vallei kunt vinden. Je vindt hier historische geplaveide straten en een groot centraal plein met een fontein en bloementuinen waar zich ook een grote kathedraal bevindt. Het plein dient als een soort van openluchthuiskamer met dorpslui die gezellig op bankjes of in het gras zitten, roken, kletsen en spelen met hun kinderen. Maar in tegenstelling tot Cuzco is Cajamarca nog niet overspoeld met toeristen. Je hoort hier ook veel meer Spaans dan Engels.

Het centrale gebied heeft een paar intrigerende plekken, zoals een museum over de religieuze Andes-kunst uit de 16e tot 18e eeuw, of een oud ziekenhuiscomplex uit de 18e eeuw (let op de nissen in de muren die dienden als de kamers van de patiënten). In de kathedraal vind je een Churrigueresk altaar.

Cajamarca noord peru

Het meest opvallende van alles is de structuur van een Inca-kamer die gebouwd is met buitengewoon net metselwerk. Deze kamer wordt de Cuarto de Rescate genoemd (kamer van het losgeld). De Inca-Keizer Atahualpa beloofde om deze kamer te vullen met goud in ruil voor zijn vrijheid. Er zijn ook andere Inca-gerelateerde ruïnes bewaard gebleven: een klein stukje wandelen vanaf Plaza de Armas vind je Santa Apolonia Hill. Hier ligt een steen die ooit is gebruikt door de Inca’s om offers mee te maken.

Na een ritje van 45 minuten de bergen in (en dan een kort wandeltochtje) kom je uit bij de goed bewaard gebleven Cumbe Mayo. Dit is een aquaduct of kanaal van voor het Inca-tijdperk. Als je gaat, ga dan wel ’s ochtends, omdat het ’s middags flink kan gaan regenen en waaien. Op sommige plekken kun je zien hoe het kanaal dwars door grote rotsblokken is gehakt, wat echt een prestatie is als je bedenkt dat er in die tijd alleen obsidiaan- en zandsteenmaterialen beschikbaar waren om mee te bouwen.

3. Rondreis in Peru

Als je veel wil gaan rondreizen in Noord-Peru, dan moet je voorbereid zijn op de soms wat langere ritjes met de auto. Dit is trouwens geen nadeel: er is vaak veel te zien.

In de hooglanden, vooral onderweg naar de Chachapoyas-regio zal je veel mooie Andes-uitkijkpunten tegenkomen, net zoals bergwanden met paarse en roze puntjes van de jacaranda, wilde bougainvillea en groepjes lokale bewoners die aan het weven zijn langs de kant van de weg. Soms tillen ze brandhoud, gewassen of hun baby’s, en dragen lichtgekleurde sjaals met zigzagpatroontjes, of ze leiden een kudde vee. Soms gaat het vee aan de wandel: het is vrij normaal om groepjes pony’s of koeien tegen te komen. Ook zal je misschien wat varkens en geiten langs de kant van de weg zien lopen. Het maakt ze helemaal niks uit als je langs ze heen loopt.

Chachapoyas

In andere gebieden zijn de wegen zo verlaten dat je gids je aanraadt om af en toe even uit te stappen om te rekken en strekken. Soms als je de rotswanden goed bekijkt kun je de tunnels van vogelspinnen zien waarvan de ingangen vaak afgeschermd zijn met dikke, witte webben. Misschien zie je ze ook wel over de weg heen schieten.

In grote delen van Noord-Peru kun je ook prima vogelspotten. Of je nou op zoek bent naar de vlagkolibrie in de nevelwouden van de gebieden rondom Leymebamba en Chachapoya, of naar de avifauna die je vindt in het droge bos gelegen in de buurt van de stoffige kustlijn van het noorden. Wanneer je de archeologische opgravingen aan het ontdekken bent dan is de kans groot dat je uilen en rode tirannen ziet vliegen. De rotshaan, ofwel de ‘cock-of-the-rock’ is Peru’s landssymbool en leeft in de bossen rondom de Gocta-watervallen (in de buurt van Chachapoyas): zijn vlamachtige kopje is in het echt nog veel feller dan je zou denken.

4. Kuélap

Het strategisch uitkijkpunt van Kuélap en de enorme kalkstenen muren van 20 meter hoog, die op een helling in een grote boog met liggen met begroeide bergen, laten zien dat deze locatie, die door Chachaopoya is gebouwd, ooit een fort was. Maar er zijn ook veel menselijke resten gevonden, en dat wijst misschien op een andere theorie: een ceremoniële of religieuze plek, misschien zelfs een dodenstad.

Bij de sprookjesachtige uitkijktorens vind je de overblijfselen van kallanka (lang huis) en een usnu (ceremonieel platform). De laatste twee zijn eerder Inca-bouwwerken dan die van Chachapoyas, wat aantoont dat Kuélap’s rol is veranderd met de tijd: zijn de Inca’s dit gebied binnengevallen?

Kuélap

Wat de functie ook is, het gebied heeft een eigen soort mythe. Een reus liep naar verluidt door de bergen en heet 130 mensen vermoord met slechts één klap op het hoofd met een hamer. Veel later – wanneer deze mythe al goed bekend was onder de lokale bevolking – vond een Duitse archeoloog 130 lichamen die begraven waren in dit gebied. Ook bleek dat ze allemaal om het leven waren gekomen door een enkele klap op het hoofd.

Kuélap wordt veel bezocht in de ochtend, voordat de eerste stroom bezoekers het gebied overspoelt rond 11 uur. Je kunt het gebied bereiken met een kabelbaan die over prachtige bergen naar boven gaat, en als de eerste soort in Peru trekt het veel buitenlandse toeristen om deze manier van transport te komen uitproberen.

5. Wandelen naar de watervallen van Gocta

Ook al is het best prima bereikbaar met een ritje van 45 minuten vanaf Chachapoyas, maar toch lijken de graven met twee lagen van Gocta redelijk ver. Eerst zie je het gehucht Cocachimba met water dat langs de onbedekte rotswand stroomt. Het pad naar waar het water terecht komt gaat door een dichtbegroeid stuk tropisch regenwoud met boomvarens en lianen, komt daarna langs de overblijfselen van kleine boerderijtjes, komt langs greppels en beekjes en klimt dan omhoog tegen steile hellingen.

Gocta waterval

Wanneer je het gebied bereikt waar het water van de waterval neerstort zal je zien dat het ‘bad’ niet droog te bereiken is door de waterval. In plaats daarvan kun je ervoor kiezen om van het uitzicht te genieten vanaf een hoger gelegen punt terwijl je luistert naar de gids die je een verhaal vertelt over een meermin die hier ooit rondzwom. Zelfs nu nog durven sommige lokale bewoners het gebied niet te betreden.

Check ook eens de 5 trektochten in Peru die je in ieder geval een keer moet doen.

Beoordeel dit artikel

Laat een reactie achter